De titel trok de aandacht van de modeliefhebber in mij. Toen ik Het geheim van de Gucci-koffer tegenkwam op social media wist ik onmiddellijk dat ik dit boek moest lezen. Vergis u echter niet, want dit boek gaat niet over mode. De vintage Gucci-koffer uit de jaren zestig die schrijfster Pauline Terreehorst in 2004 bij een veiling van Sotheby’s verwerft vormt slechts de aanleiding voor de zoektocht naar de herkomst van de koffer, die vergezeld werd door dozen vol rijjasjes, rijlaarzen, een zweepje, jagershoedjes, cocktailjurken, een bontstola, bontkragen, kant en albums met foto’s en ansichtkaarten. Deze blijken afkomstig van een adellijke moeder en dochter, die tussen 1900 en 1940 in kasteel Finstergrün in de Oostenrijkse regio Lungau woonden. Hun verhaal staat centraal in dit boek.

Het geheim van de Gucci-koffer

‘Gräfin van de Lungau

Margarethe Henckel von Donnersmarck (1871-1943) wordt geboren in een steenrijke familie, die fortuin heeft gemaakt in de Silezische mijnbouw en hoogovens. In 1900 – relatief laat voor een vrouw van haar stand – trouwt ze met de Hongaarse Szapáry, die weliswaar arm is maar afkomstig is uit een aanzienlijke adellijke familie. Het kersverse echtpaar is van plan een romantische ‘middeleeuwse’ burcht te bouwen in de bergen ten zuiden van Salzburg. Lang duurt de idylle echter niet, want al in 1904 sterft Szapáry. Margarethe blijft achter met twee jonge kinderen en stort zich op de inrichting van haar kasteel en liefdadigheid. Zij ontpopt zich tot de geliefde ‘Gräfin van de Lungau’, die haar familiefortuin gebruikt om een school te bouwen en de opvang en verzorging van soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog te organiseren.

Na de oorlog wordt het voor Margarethe steeds moeilijker om het hoofd financieel boven water te houden. Het familiefortuin verdampt door het verlies van de mijnen in Silezië, dat na 1918 ineens op Pools grondgebied ligt. Op Brynek, één van de familielandgoederen, is nu de oudste Poolse bosbouwschool gevestigd. Margarethe wordt actief in de oerconservatieve Katholische Frauen Organisation en probeert haar projecten te doen slagen door samenwerking. Daarnaast verhuurt zij kamers in het kasteel aan rijke buitenlandse toeristen. Het is niet genoeg.

Ondertussen komt het Nationaalsocialisme op in Duitsland. Eén van de kopstukken van de Nazi’s was Hermann Göring, die regelmatig op bezoek kwam bij de buurman van Margarethe. Göring liet zijn oog vallen op het interieur van Finstergrün, maar Margarethe weigert voor hem te buigen. Hij weet slechts een hemelbed uit Finstergrün te bemachtigen, waar hij overigens nooit voor heeft betaald. De overige meubelstukken weet Margarethe uit handen van Göring te houden door ze in 1941 te veilen. Van de enorme rijkdom is vrijwel niets meer over.

Van de hak op de tak

Het verhaal van Margarethe is dat van de adel in Midden-Europa, die het fortuin zag verdampen dankzij twee wereldoorlogen, verschuivende landsgrenzen, de opkomst van de massa en het nazisme. Het is óók het verhaal van een vrouw, die zich dankzij haar familiefortuin in een bevoorrechte positie bevond en als weduwe een mate van zelfstandigheid bezat die voor vrouwen in die tijd vaak ongebruikelijk was. Dat is ontzettend interessant, maar toch bekruipt mij het gevoel dat er meer in het boek had gezeten.

Ten eerste komt het verhaal traag op gaan. In het begin springt Terreehorst erg van de hak op de tak, waardoor de lezer de familie Szapáry en Henckel von Donnersmarck (nog) niet erg goed leert kennen. Ook zijn er veel sprongen in de tijd en worden veel namen genoemd, zonder dat deze duidelijk worden geïntroduceerd.

Finstergrün, de burcht waar Margarethe Szapáry woonde. Foto: Arne Müseler / arne-mueseler.com / CC-BY-SA-3.0 via Wikimedia Commons.

Bredere context

Daarnaast stipt de schrijfster veel ontwikkelingen aan in de geschiedenis van eind negentiende en begin twintigste eeuw, zonder deze in een bredere context te plaatsen. De ondertitel van het boek wekt de indruk dat het boek gaat over de verdwijnende betekenis van de adel in Midden-Europa en de rol die oorlogen, economische crises en het instorten van de Duitse en Oostenrijks-Hongaarse keizerrijken hierbij speelden, maar  Terreehorst besteedt ook veel aandacht aan de getroebleerde verhouding tussen Margarethe Szapáry en haar ‘buurman’ Hermann Göring. Het is waar dat die haar onder druk zette om een hemelbed aan hem te verkopen en dat Margarethe onder die druk besloot om de rest van haar inboedel te laten veilen, maar of dat zoveel woorden verdient? Dat vraag ik mij af. Het boek gaat tenslotte niet over de verhouding tussen Szapáry en Göring.

De architectuur- en interieurgeschiedenis van Finstergrün had wel meer aandacht mogen krijgen. Waar kwam de interesse in Middeleeuwse geschiedenis en het renoveren van Middeleeuwse kastelen door de adel in de negentiende eeuw vandaan? Terreehorst schrijft dat de adel alleenheerser wil zijn in eigen gebied, maar gaat niet dieper in op de redenen hiervoor. Ook de veranderende sekserollen worden niet verder uitgediept. Had Margarethe Szapáry ook zo zelfstandig te werk kunnen gaan wanneer haar echtgenoot niet vroegtijdig was gestorven? Het is een vraag die onbeantwoord blijft. Ook het verschil tussen Margarethe en haar dochter Jolanta blijft onbesproken. Waar Margarethe thuis onderwijs kreeg, niet verder studeerde en zich stortte op liefdadigheid, werd Jolanta verpleegster. Was dit laatste uit noodzaak, vanwege de toenemende geldzorgen, of had Jolanta meer mogelijkheden om zich te ontplooien door veranderende opvattingen over vrouwenarbeid? Ook dat blijft de vraag.

Troep of treasure?

En hoe zit het nu met al die kledingstukken die bij de koffer hoorden? Daarover wordt alleen iets gezegd in de inleiding. ‘Ze zagen er mottig uit,’ schrijft Terreehorst. Een concurrerende bieder wilde ze wel kopen, om ze te verkopen aan studenten van Japanse kunstacademies die ze zouden bestuderen, deconstrueren, kopiëren en in nieuwe ontwerpen zouden hergebruiken. Terreehorst besloot de kleding te houden, vast van plan er ooit nog iets mee te doen: ‘We hadden nog jaren last van motten’ Als voormalig modejournalist en hoofd van het Amsterdam Fashion Institute weet Terreehorst veel over mode(geschiedenis) en ik had hier graag meer over gelezen.

Desondanks is Het geheim van de Gucci-koffer de moeite waard, door het intrigerende verhaal van Margarethe Szapáry. Daaruit blijkt maar weer: de een zijn troep is de ander zijn treasure. Wie weet welke geheimen schuilgaan achter de spullen op uw zolder?

Share