Naast Au Printemps staat een ander enorm warenhuis, namelijk dat van Galeries Lafayette (M 3,7 en 8: Opéra; RER A: Auber). Dit is weliswaar niet het oudste noch het meeste vernieuwende warenhuis van Parijs, het is onmiskenbaar wel het beroemdste en daardoor ook het meest toeristische. Die reputatie is terecht, want alleen al vanwege de bijzondere architectuur is Galeries Lafayette een bezoek waard.

Snelle ontwikkeling tot warenhuis

Begin jaren negentig van de negentiende eeuw opende ene Alphonse Kahn (1865-1926) uit de Elzas een bescheiden boetiek in sjaals en andere modeaccessoires op de hoek van de Rue Lafayette en de Rue de La Chaussée d’Antin. Nadat zijn neef en streekgenoot Théophile Bader (1864-1942) bij hem in de zaak kwam groeide deze al snel. In 1896 richtten Kahn en Bader een naamloze vennootschap op en was Galeries Lafayette officieel een feit.

In tegenstelling tot Le Bon Marché en Au Printemps verliep de ontwikkeling van boetiek naar magasin de nouveautés en warenhuis zeer snel. Wellicht kwam dit doordat de andere warenhuizen het pad geëffend hadden en de formule inmiddels bekend was. Bovendien had het gebied rondom de Boulevard Haussmann zich sinds de vestiging van Printemps sterk ontwikkeld en waren er in deze buurt vele passages en andere winkels gevestigd, zodat het een levendig centrum voor de Parijse detailhandel was geworden.

In oosterse sferen

Nadat Galeries Lafayette meerdere keren was uitgebreid door aangrenzende gebouwen bij het warenhuis te betrekken en het in 1899 een groot perceel op de hoek van de Rue de la Chausée d’Antin en de Boulevard Haussmann had kunnen kopen was het in 1910 voor nieuwbouw. Ferdinand Chanut werd aangesteld als architect van dit omvangrijke project. Hij ontwierp een warenhuisgebouw dat ongekend modern was voor zijn tijd dankzij de constructie van gewapend beton en de aanleg van airconditioning.

Warenhuizen in Parijs lichtkoepel Galeries LaFayette

Bezoekers van Galeries Lafayette waanden zich in oosterse sferen wanneer zij door het gebouw wandelden, dat zowel van binnen als van buiten deed denken aan een grote, overdekte bazaar. Letterlijk en figuurlijk hoogtepunt van het gebouw vormde het atrium met de frivole art nouveau-balkons, die overdekt werd door een enorme glazen koepel in neo-Byzantijnse stijl. Nog altijd is dit een toeristische trekpleister die veel bewonderaars kent.

Moderne opvattingen

Toen Galeries Lafayette aan het begin van de jaren dertig kon worden uitgebreid tot aan de achterliggende Rue de Provence stond het warenhuis voor een dilemma: bleef het trouw aan de oosterse stijl of koos het voor de efficiënte en rationele bouwstijl die in veel Amerikaanse warenhuizen succesvol werd toegepast? Gekozen werd voor dat laatste, omdat de nieuwbouw van ‘moderne opvattingen’ moest getuigen.

Pierre Patout was verantwoordelijk voor de bouwplannen, die zowel het interieur als het exterieur van Galeries Lafayette aanzienlijk zouden wijzigen. Patout was vooral bekend als ontwerper van scheepsinterieurs en zijn plannen voor het warenhuis weerspiegelden deze achtergrond. Het ontwerp voor het exterieur werd namelijk gekenmerkt door “dramatic protruding vertical bays of glass that suggested smokestacks on an ocean liner, a vessel supplying the perfect metaphor for the department store as a self-sufficient city-within-a-city.”

Warenhuizen in Parijs Galeries LaFayette

De plannen van Patout warden echter slechts gedeeltelijk uitgevoerd, doordat de bouwwerkzaamheden als gevolg van de economische crisis van de jaren dertig gestaakt moesten worden. Het gevolg hiervan was dat het gebouw een vreemde discrepantie vertoonde, die ook nu nog altijd zichtbaar is. Terwijl aan de voorzijde de oude oosterse sfeer behouden is, doet de uitbreiding aan de achterzijde enigszins kil en rationeel aan.

Dochterondernemingen en overnames

Dankzij expansie en innovaties wist Galeries Lafayette steeds te groeien. Zo stelde het warenhuis als eerste in Europa een klantenkaart en een eigen creditcard in, die enorm lucratief bleken te zijn. In 1999 waren in totaal zes miljoen creditcardhouders goed voor een omzet van 40 miljard francs, aldus Roger Miellet in zijn boek Winkelen in weelde.

Net als Au Printemps richtte ook Galeries Lafayette al in 1931 een eigen eenheidsprijzenbedrijf op, dat aanvankelijk de naam La Nouvelle Maison (lanoma) kreeg, maar al snel Monoprix werd genoemd. In tijdens van economische crisis bleek deze dochteronderneming een belangrijke steun in de rug van het luxueuze warenhuis en Monoprix groeide snel. In 1938 bestonden er reeds 38 verkooppunten in heel Frankrijk, een aantal dat nog zou toenemen tot maar liefst 200 in 1960. De groei van Monoprix werd nog verder bevorderd dankzij de overname van Inno France, een dochteronderneming van het Belgische warenhuis Innovation (in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw), en Prisunic van Au Printemps in 1997.

Warenhuizen in Parijs Galeries Lafayette

Galeries Lafayette groeide daarnaast door de oprichting van vestigingen in andere Franse steden, zoals Lyon, Nice en Deauville, en ook stichtte Lafayette als één van de eerste Franse warenhuizen vestigingen in winkelcentra. Door de overname van de warenhuisketen Nouvelles Galeries nam het aantal vestigingen nogmaals toe, doordat de oude warenhuizen werden omgedoopt tot Galeries Lafayette. Daarnaast is Galeries Lafayette ook internationaal actief, met succesvolle vestigingen in Tokio en Berlijn. Het warenhuis richt zich de laatste jaren vooral op de verkoop van grote internationale merken in de vorm van ‘shops in the shop’, waarbij kledingstukken niet op soort maar op merk te vinden zijn.

Eerbied voor geschiedenis

Galeries Lafayette is niet alleen bijzonder vanwege de opvallende architectuur, maar vooral ook doordat het warenhuis al vijf generaties lang geleid wordt door leden van dezelfde familie, die vele economische en politieke stormen wist te doorstaan.

Nadat oprichter Alphonse Kahn in 1912 vanwege gezondheidsredenen afscheid had genomen van Galeries Lafayette kreeg zijn compagnon Théophile Bader de leiding in handen. Vanaf de jaren twintig werd hij bijgestaan door zijn schoonzoons Raoul Meyer en Max Heilbron, die hem na zijn dood in 1942 opvolgden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Galeries Lafayette echter in het voortbestaan bedreigd. Tussen 1941 en 1944 werd het warenhuis geariseerd. De joodse directie werd afgezet en vervangen door mensen die collaboreerden met de Nazi’s. Raoul Meyer wist te vluchten naar onbezet gebied, terwijl Heilbron zich bij het verzet voegde en in 1943 in concentratiekamp Buchenwald terechtkwam. Zij overleefden de oorlog en konden vervolgens de dagelijkse leiding van Galeries Lafayette weer op zich nemen. Geheel passend in de lijn van de traditie bij het warenhuis werden Meyer en Heilbron opgevolgd door hun schoonzoons.

Galeries LaFayette

De grote continuïteit in de leiding van het bedrijf droeg er waarschijnlijk aan bij dat Galeries Lafayette een grote eerbied heeft voor de eigen geschiedenis. Om die levend te houden werd in 2008 een afdeling opgericht, die onder andere verantwoordelijk is voor het beheer en behoud van het archief van Galeries Lafayette, dat op afspraak te bezoeken is. Wilt u meer weten over de geschiedenis van Galeries Lafayette en de architectuur van de winkelpanden? Groepen van tien tot twintig mensen kunnen op afspraak een drie kwartier durende rondleiding door het gebouw volgen onder begeleiding van een gids. Kijk voor meer informatie op de website van Galeries Lafayette.

Share