In het archief van atelier Merkelbach, te vinden in de beeldbank van Stadsarchief Amsterdam, bevindt zich een zwart-wit foto van een onopvallende kalende man met een rond gezicht, kleine ogen en prominent aanwezige wenkbrauwen. Het is een portret uit de jaren ’30, van de joods-Duitse Richard Goetz, chef van de afdeling haute couture van Hirsch & Cie Amsterdam.

Richard Goetz

Het modehuis was in die tijd één van de meest toonaangevende zaken in Nederland. ‘Een vrij lelijke man met charme’, zo beschreef René Kahn, directeur van Hirsch, de couturier. Goetz werd door zijn clientèle aanbeden. ‘Hij mocht hen uren laten wachten: hij was en bleef hun afgod, die van hen de meest aantrekkelijke vrouw ter wereld kon maken.’ Naar verluid kon hij het zich veroorloven vrouwen die in zijn ogen te dik of onelegant waren, weg te sturen. ‘Die Frau kann ich nicht anziehen, sie ist zu dick,’ zei hij dan.

Mysterieuze man

Lange tijd was Richard Goetz voor mij een enigszins mysterieuze man. Volgens de overlevering was Goetz, ondanks zijn joodse achtergrond, in Berlijn de lievelingscouturier van Magda Goebbels, echtgenote van de naziminister van propaganda. Dat lijkt een mythe – er is in ieder geval geen bewijs voor gevonden. Ook in Nederland zou hij het goed hebben kunnen vinden met de Duitsers. Maar wat er precies met hem gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog? Het verhaal wilde dat Goetz met behulp van de bezetter naar de Verenigde Staten vluchtte. Dat bleef lang in nevelen gehuld.

Dankzij het boek Modestadt Berlin. Geschichte der Berliner Konfektion und Modesalons 1836-1936 van de Duitse modehistoricus Gesa Kessemeier komt daar nu verandering in. Dankzij dit bijna 700 pagina’s – 695 om precies te zijn – tellende boek is er nu eindelijk duidelijkheid over het lot van de couturier.

Modesalon aan de Kurfürstendamm

Vanaf 1926 leidde Goetz een prestigieuze modesalon aan de Kurfürstendamm 213 in Berlijn. Zijn salon groeide in korte tijd uit tot een toonaangevend modehuis in Duitsland, met een indrukwekkende klantenkring en internationale uitstraling.

Na de opkomst van het nationaalsocialisme in 1933 en de toenemende repressie, werd Goetz in 1938 gedwongen zijn salon te verkopen. Daarmee verdween zijn levenswerk uit de Berlijnse modewereld.

Al voor zijn gedwongen vertrek uit Duitsland werkte Goetz aan een nieuwe toekomst in Nederland. Sinds 1936 leverde zijn Berlijnse atelier kleding en bontjassen aan Hirsch & Cie Amsterdam, en kort voor de overname van zijn salon in Berlijn in 1938 vestigde Goetz zich definitief in Amsterdam, aan de Paulus Potterstraat 26, vlakbij het Stedelijk Museum.

Heropleving bij Hirsch

Dankzij de komst van Goetz beleefde Hirsch een heropleving na de economische crisis van het begin van de jaren ’30. In zijn kielzog kwam een groot aantal gevluchte Duitse klanten naar het modehuis, van wie velen zich vestigden in de Rivieren- en Apollobuurt. Zelf vestigde Goetz zich vanaf 2 mei 1941 ook in deze buurt, aan het Dijsselhofplantsoen 8, inwonend bij Eleazer en Rachel van der Kar.

Goetz’ elegante ontwerpen met Parijse allure versterkten de reputatie van Hirsch & Cie in binnen- en buitenland, de naam Richard Goetz prijkte prominent in advertenties en zijn modeshows trokken veel belangstelling.

Opnieuw op de vlucht

Maar ook in Nederland bleek Goetz niet veilig. Na de Duitse bezetting in mei 1940 werd hij opnieuw het doelwit van de Gestapo, die hem beschuldigde van valutafraude – zonder bewijs. Het was voor Goetz reden om opnieuw te vluchten. In 1941 presenteerde hij zijn laatste modeshow in Amsterdam. Daarna vertrok hij volgens zijn persoonskaart: ‘onbekend waarheen’. Dat hij bij zijn vlucht hulp kreeg van de Duitse bezetters lijkt onwaarschijnlijk, gezien zijn eerdere aanvaringen met de Gestapo.

Kessemeier ontdekte dat Goetz via Spanje en Cuba in 1942 de Verenigde Staten bereikte. Daar zette hij zijn carrière voort bij Russeks Department Stores. Richard Goetz overleed in 1974 op 90-jarige leeftijd in Santa Monica. Hoewel hij maar een paar jaar van zijn lange leven in Nederland doorbracht, was zijn tijd bij Hirsch & Cie Amsterdam van grote waarde. Voor het modehuis, dat dankzij Goetz weer opleefde na moeilijke jaren. Maar zeker ook voor de couturier zelf, die zijn carrière in Amsterdam nieuw leven inblies na het verlies van zijn Berlijnse levenswerk.