Het lijkt zo mooi, een fantastisch t-shirtje voor nog geen € 5,-. Leuk voor dat ene feestje dat je dit weekend hebt. Maar kijk eens beter naar dat t-shirt en vraag je eens af: waar gaat die € 5,- eigenlijk naartoe? Waar komt de stof vandaan? Wie heeft het gemaakt? Bijna de helft, € 2,10, is winst voor het bedrijf dat de kleding verhandeld. € 0,65 wordt besteed aan marketing, € 0,79 is belasting, € 0,82 verdwijnt als winst in de zakken van de fabriek waar het wordt gemaakt, het materiaal kost € 0,40, het transport bedroeg € 0,06, en dan blijft er nog € 0,13 loon over voor de arbeider die het t-shirt heeft gemaakt.[1] € 0,13 loon, voor het maken van een heel t-shirt. Dat is niet veel. Het zijn dan ook de arbeiders, die urenlang onder zware omstandigheden onze kleding moeten naaien voor een schamel loon, die de echte prijs betalen voor onze goedkope kleding.

The True Cost

In de documentaire The True Cost worden de misstanden in de kledingindustrie op ijzersterke wijze in beeld gebracht. Filmmaker Andrew Morgan onderzoekt in de documentaire alle facetten van de kledingindustrie en het verband met globalisering, kapitalisme, consumentisme, armoede, en onderdrukking. Onder andere modeontwerpster en dierenrechtenactiviste Stella McCartney, Safia Minney, oprichtster van het duurzame modemerk People Tree, en activiste Livia Firth komen aan het woord in de documentaire, waarin overigens ook ruimte wordt geboden aan voorstanders van goedkope kleding.

De grote ster van de documentaire is in mijn ogen echter de 23-jarige naaister en vakbondsleidster Shima Akhter, die slechts $ 3,- per dag verdient. Zij vertelt hoe zij en haar collega’s met scharen en stokken werden aangevallen door hun managers en hun handlangers. Dit gebeurde nadat zij hen een lijst met wensen voor de verbetering van de arbeidsomstandigheden in de fabriek hadden aangeboden. Ondanks alles blijft Shima echter strijden voor een beter leven voor haarzelf, en haar kind. En dat vind ik bewonderenswaardig.

Arbeidsomstandigheden in de negentiende eeuw

Slechte arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie zijn geen hedendaags verschijnsel. In de Naaistersbode en later in de Naaisters- en Kleermakersbode, de officiële kranten van respectievelijk de Naaistersbond en de Bond in de Kledingindustrie, schreef Sani Prijes regelmatig over nachtwerken en naaisters die werden verstopt in kasten, zodat niemand erachter zou komen dat zij stiekem overwerkten. Over Hirsch schreef zij bijvoorbeeld:

O, bij Hirsch moet u eens gaan, mevrouwtje. Waarlijk, dat kleederenpaleis is een wellust voor de oogen. […] Maar luister nu verder mevrouwtje, nu zult ge ook ALLES hooren wat er nog van Hirsch te vertellen is. Boven en onder dien heerlijke winkel, mevrouw, op de zolders en in de kelders, waar uwe kleeren vervaardigd worden, daar is het een moordhol, een ellendig moordhol. Daar wordt de naaister behandeld als een machine, een taillemachine, een rokkenmachine. Zet er wat meer stoom op, vooruit, harder, de boel moet af! […] Tot slot: Bedenkt dan, mevrouwen, als gij ’s avonds in robes van Hirsch gekleed, in onzen stadsschouwburg van kunst en weelde geniet, hoe op ’t zelfde oogenblik vlak ertegenover bij Hirsch het gruwelijk nachtwerken plaats heeft, door droevig gestemde, uitgeputte wezens, te gedemoraliseerd, te versuft door harden loondienst, om haar rechten als mensch te doen gelden. O, Hirsch is zulk een snoezig magazijn.[2]

Of dit waar was? Dat kunt u lezen wanneer mijn boek over Hirsch wordt gepubliceerd. Maar dat het slecht gesteld was met de omstandigheden in de Nederlandse kledingindustrie bleek ook wel uit de enquêtes die in 1887 en 1899 onder arbeiders werden gehouden. Arbeiders in de kledingindustrie werden vaak per stuk betaald, waardoor zij geen inkomsten hadden wanneer zij ziek werden of wanneer er weinig werk was. Wanneer er wel genoeg werk was maakten de arbeiders lange dagen en werd er zelfs ’s nachts wel doorgewerkt.

Henriëtte van de Putten, naaister bij [De Winkel van] Sinkel, vertelde in 1887 dat zij ’s zomers officieel van acht uur tot half zeven werkte. In de praktijk ging zij echter net zo lang door tot het werk af was. Dat kon om negen uur zijn, maar soms betekende het ook dat zij pas na tienen vrij was. Nachtelijk werken kwam bij de bedrijven waar zij werkte volgens haar echter niet voor. In de ‘slappe tijd’ – de periode waarin er weinig werk was – mocht zij al om half vijf naar huis. Deze lange dagen leverden niet veel geld op. Beginnende naaisters verdienden f 4 à f 5,- per week, zij zelf verdiende aanvankelijk f 6,- en later f 8,- per week.[3]

De prijs is hoger dan ooit

Met het verplaatsen van onze kledingindustrie naar lagelonenlanden als Bangladesh en India zijn de problemen in de kledingindustrie niet opgelost, zij zijn slechts verplaatst. Het lijkt zelfs wel alsof de omstandigheden waarin onze kleding wordt gemaakt alleen maar slechter zijn geworden. In arme landen zijn nauwelijks wetten die de industrie reguleren. The True Cost toont aan dat fabrikanten door grote merken onder druk worden gezet om de kosten zo laag mogelijk te houden en dreigen de productie naar een andere fabriek te verplaatsen als de kleding niet goedkoop genoeg is. Op hun beurt onderdrukken de fabrikanten hun werknemers weer en laten zij hen werken in onveilige fabrieken. Daardoor kon in 2013 bijvoorbeeld Rana Plaza in Dhaka instorten.

Daarnaast worden tegenwoordig veel meer chemicaliën gebruikt dan pakweg een eeuw geleden, wat grote gevolgen heeft voor de gezondheid van de mensen die in de kledingindustrie werken. De monopolypositie van bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de zaden van genetisch gemanipuleerd katoen leidt tot prijsstijgingen, waardoor arme boeren de zaden niet meer kunnen betalen, hun land verliezen en ten slotte ten einde raad zelfmoord plegen. Chemicaliën richten schade aan aan het milieu, maar veroorzaken ook aangeboren afwijkingen en kanker. Chemische bedrijven zullen niet snel iets aan dit probleem doen, want in The True Cost wordt beweerd dat de producenten van de medicijnen die de mensen beter moeten maken ook de producten zijn van de chemicaliën die de mensen ziek maken – zij zien dit als een win-winsituatie.

The True Cost; Rana Plaza
Door rijans (Flickr: Dhaka Savar Building Collapse) [CC BY-SA 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0)], via Wikimedia Commons
In mijn ogen is de grootste verandering echter dat het modesysteem een radicale omwenteling heeft ondergaan. Waar er nog niet zo lang geleden nog slechts vier collecties per jaar werden gemaakt, zijn dat er tegenwoordig veel meer. Het hele idee van seizoenen in de mode is volledig verdwenen en modes wisselen elkaar in een alsmaar rapper tempo op. De consument moet alsmaar vernieuwen om bij te blijven. Wij hebben een kast vol kleren, maar niets om aan te trekken. Wij willen alsmaar meer. En dat kan ook, doordat de prijzen van kleding naar een dieptepunt zijn gedaald. Gemiddeld kopen we in Nederland per jaar 22 kilogram kleding per persoon. Maar wij zijn er ook snel op uitgekeken, want wij gooien ook 9 kilogram per persoon weg en 5 kilogram p.p. wordt gerecycled.[4] Kleding is een wegwerpartikel geworden.

Wat is de oplossing?

Het is niet gemakkelijk om deze ontwikkeling in de kledingindustrie tot een halt te brengen. De productie van kleding is een ingewikkeld en lang proces – 169 mensen dragen bij aan de productie van één kledingstuk[5] – en het is moeilijk om alle fases in het productieproces te controleren, zodat een kledingmerk niet plotseling 100% duurzaam kan worden.

Als consument kunt u echter ook een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de maatschappij, en in ieder geval van uw eigen garderobe. Afgelopen zaterdag bezocht ik de eerste editie van het Fair Fashion Festival in Groningen. Sustainable fashion en lifestyle-expert Marieke Eyskoot, auteur van het boek Talking Dress, gaf daar een masterclass over duurzame kleding. Volgens haar hoeft u niet meteen uw hele kleedgedrag te veranderen. Wanneer u één ding verandert is dat al een begin en bent u al duurzamer bezig dan nu. U kunt bijvoorbeeld beter wassen, ruilen of delen, tweedehands kopen of duurzame merken en materialen kopen. Een andere belangrijke tip was om gewoon simpelweg goed na te denken over de keuzes die u maakt, en minder te kopen. Zoals Vivienne Westwood ooit zei: “If people made real choices and only bought beautiful things, that’s Climate Revolution too.”[6]

[1] Cijfers afkomstig uit het Tijdelijk Modemuseum, dat van 13 september 2015 t/m 8 mei 2016 gevestigd was in Het Nieuwe Instituut te Rotterdam.

[2] Mirjam Elias, Drie cent in het uur. Over naaisters, feministes en arbeiders rond de eeuwwisseling (z.p. z.j.) 48-49.

[3] Verhoor Henriëtte van de Putten, Enquête betreffende werking en uitbreiding der wet van 19 september 1874 (Staatsblad No. 130) en naar den toestand van fabrieken en werkplaatsen. Bundel I (Sneek 1887) 379-372.

[4] Cijfers afkomstig uit het Tijdelijk Modemuseum in het Nieuwe Instituut te Rotterdam.

[5] Marieke Eyskoot, masterclass tijdens het Fair Fashion Festival in Groningen, 14 mei 2016.

[6] Vivienne Westwood en Ian Kelly, Vivienne Westwood (Londen 2014) 379.

Share