Eind vorige maand (augustus 2014) kocht iemand bij Maison de Bonneterie voor het laatst een jurk, een jas, een flesje parfum. Een verkoper verpakte het voor de laatste keer in vloeipapier, om het vervolgens in het voor het modehuis kenmerkende tasje te doen en het aan de klant mee te geven. Moes, de huismeester van Maison de Bonneterie in Den Haag, draaide voor de laatste keer de deur op slot en deed het rolluik naar beneden. Zo kwam na 125 jaar een einde aan één van de iconen uit de geschiedenis van de Nederlandse detailhandel. Gedurende al die jaren bleef Maison de Bonneterie vasthouden aan luxe, kwaliteit en service, zonder toe te geven aan de toenemende vraag naar steeds goedkopere producten. Het werd het modehuis uiteindelijk fataal.

“Een ondergang in stijl” en “Het einde van een tijdperk” werd de sluiting van Maison de Bonneterie genoemd in de tv-reportage van Dit is de dag, die op 2 september 2014 te zien was op NPO2. Het was een ontroerende reportage, die in de eerste plaats duidelijk maakte dat De Bonneterie veel betekende voor de mensen die er werkten. Juffrouw Paula, die in de jaren zestig “beroemd en berucht” was als verkoopster van de mantel- en bontafdeling en tijdens de sluiting voor even terugkwam om te helpen, kon haar tranen slechts met moeite bedwingen terwijl zij een klant hielp.

Dit is de dag was niet het enige tv-programma dat aandacht schonk aan de sluiting van Maison de Bonneterie. De afgelopen weken of zelfs maanden was er veel aandacht voor de roemruchte geschiedenis van het modehuis, dat in 1889 als winkel in gebreide goederen (bonneterie  in het Frans) werd opgericht door Joseph Cohen en zijn echtgenote Rosa Wittgenstein. Zo meldden het NOS journaal, Elsevier, Nu.nl en regionale omroepen en kranten afgelopen februari (2014) de aankondiging van de sluiting van Maison de Bonneterie. ““Wat verdrietig” de sluiting van Maison de Bonneterie” kopte Het Parool op 22 februari 2014. En AT5 meldde dat de sluiting van het modehuis ook een bittere pil was voor de clientèle. In alle nieuwsberichten werd steevast gerefereerd aan de rijke geschiedenis van Maison de Bonneterie, dat zich richtte op kwalitatief hoogwaardige confectie. Ook de monumentale panden, waaraan sinds de bouw begin twintigste eeuw nauwelijks iets is veranderd, bleven niet ongemoeid.

Lichtkoepel Maison de Bonneterie
photo credit: dierk schaefer via photopin cc

Wat mij echter opviel in al deze nieuwsberichten was dat er niet of nauwelijks iets werd gezegd over de toekomst. Hoe wordt voorkomen dat Maison de Bonneterie in de vergetelheid verdwijnt, zoals het geval was bij vele andere (joodse) modehuizen, waaronder Hirsch, Gerzon of Maison de Vries? Zo vroeg ik mij bijvoorbeeld af of het archief van Maison de Bonneterie bewaard blijft, zodat in de toekomst onderzoek naar (en een eventuele monografie over) het modehuis mogelijk wordt. Dat zou onder andere van grote toegevoegde waarde zijn op het onderzoek naar de Nederlandse detailhandel, bedrijfsgeschiedenis en consumptiegeschiedenis.

En wat gebeurt er met de twee panden in Amsterdam en Den Haag, beiden naar ontwerp van de architect A. Jacot? Nu Maison de Bonneterie gesloten blijft er weinig meer over dan een zielloos karkas. De eigenaars gaan op zoek naar toekomstige huurders is het enige wat in de media wordt vermeld. Dat beide panden rijksmonument zijn biedt de hoop dat een toekomstige huurder niet zomaar iets kan veranderen aan de lichthof met zijn koepel van glas in lood, de inefficiënte galerijen, de stijlvolle trappen of het mozaïk van de kunstenaar Nicolaas Wijnberg in de Amsterdamse vestiging. Maar dan nog is het de vraag of een toekomstige huurder recht doet aan de geschiedenis van Maison de Bonneterie en de bijbehorende gebouwen.

Misschien is daarom in de tussentijd een pop-up museum een goed idee? Ik kwam het concept onlangs tegen, omdat momenteel op de eerste verdieping van het chique Hôtel des Indes in Den Haag een dergelijk tijdelijk ‘museum’ is ingericht over de geschiedenis van het hotel. Ik zie het al voor mij: paspoppen in de etalage, die kleding van Maison de Bonneterie uit het verleden tonen (hoewel dat vanwege het risico op verkleuring van de textiel waarschijnlijk niet mogelijk is), blow-ups van interieurfoto’s als decor voor kledingstukken en andere objecten uit het interieur en vitrines met bijzondere archiefstukken, zoals bijvoorbeeld het document waarin op 5 mei 1945 Maison de Bonneterie terug gegeven wordt aan het personeel. Ik weet niet of een dergelijk pop-up museum mogelijk is, maar zolang de panden van Maison de Bonneterie leeg staan zou het in ieder geval de geschiedenis van het modehuis in ere houden. En dat zou toch heel mooi zijn.

fotocredits uitgelichte afbeelding: dierk schaefer via photopin cc

Share