Het is oktober en dat betekent dat het weer tijd is voor de maand van de geschiedenis, die dit jaar ‘geluk’ als thema heeft. Is geluk iets wat mensen pas de afgelopen decennia nastreven, doordat zij meer vrijheid en vrije tijd hebben? Of zijn wij met zijn allen al veel langer op zoek naar geluk?

Persoonlijk vind ik het een lastig thema, omdat geluk zich manifesteert in vele vormen en zich niet gemakkelijk laat meten. Het roept vooral veel vragen op. Werden huisvrouwen in de jaren vijftig bijvoorbeeld gelukkiger dankzij de komst van de wasmachine? Wat was de invloed van vrede, industrialisatie, de uitvinding van betere medicatie, verstedelijking en meer sociale mobiliteit en vrijheid op het geluk van mensen? Op welke wijze werd geluk ingezet als propagandamiddel door bijvoorbeeld nationaalsocialisten of communisten? En hoe bepaal je als historicus of mensen in het verleden gelukkig waren, zonder daarbij te speculeren of psychologiseren?

Geluk bij Hirsch

Ook vroeg ik mij af of en zo ja, hoe het thema geluk van toepassing is op mijn onderzoek naar Hirsch. Hoe droeg het modehuis bij aan het geluk van zowel klanten als personeel? Dat mensen gelukkig kunnen worden van winkelen en nieuwe kleren is een feit. Hirsch deed zijn uiterste best om van winkelen een prettige ervaring voor vrouwen te maken, door de klanten volledig in de watten te leggen en hem te omgeven met luxe.

Hirsch & Cie, afdeling damesmode. Fotograaf: atelier J. Merkelbach. Stadsarchief Amsterdam.

 

Verkoopsters kwamen onmiddellijk naar klanten toe om te vragen waarmee zij hen van dienst konden zijn. Aan oudere klanten werd een stoel aangeboden tijdens het wachten. Op de afdeling haute couture namen zij plaats op stoelen en banken, terwijl mannequins kleding aan ze toonden en verkoopsters uitleg gaven. Wanneer klanten iets kochten hoefden zij hun aankopen niet zelf te dragen en mee naar huis te nemen. Die werden namelijk gedragen door verkoopsters en thuisgebracht door de afdeling expeditie.

Thee en taart

In de tearoom op de tweede verdieping of café-restaurant Trianon op de begane grond konden klanten tijdens het winkelen bovendien in alle rust een kopje koffie of thee en zelfs een lunch nuttigen. En ook tijdens modeshows, die bij Hirsch een thé select werden genoemd, werd thee en taart geserveerd. Op deze wijze creëerde Hirsch een ontspannen en – niet onbelangrijk – veilige omgeving, waar vrouwen in alle rust konden winkelen.

Dat mensen blij werden van winkelen bij Hirsch bleek wel toen ik in 2012 samen met Frans van Lier tijdens ‘Amsterdam in gesprek’ in het Stadsarchief Amsterdam werd geïnterviewd ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het Hirschgebouw. Een toeschouwer merkte toen op dat zij eigenlijk niet genoeg geld had om de producten van Hirsch te betalen, maar dat zij er soms naar binnen ging omdat het er zo lekker rook. En heel soms kocht zij er dan iets kleins, bijvoorbeeld als een cadeautje voor een vriendin. Het geeft aan dat mensen Hirsch speciaal vonden en het modehuis lang bleven herinneren.

Lange dagen en geheime kamers

Maar hoe zat het met het hard werkende personeel? Werd dat ook gelukkig van werken bij Hirsch, ondanks de lange dagen en zware werkomstandigheden? Naaisters en coupeurs werkten ongeveer tien uur per dag en kregen per stuk betaald. Wanneer zij ziek waren kregen zij niet doorbetaald en ook in slappe tijden, wanneer er weinig werk was, verdienden zij weinig. De Naaistersbode, de officiële krant van de naaistersvakbond, had stevige kritiek op Hirsch. Hierin werd zelfs beweerd dat het modehuis een geheime kamer had om de arbeidsinspectie te slim af te zijn. Hierin werden naaisters volgens De Naaistersbode na werktijd opgesloten en gedwongen over te werken. Toch merkten naaisters en coupeurs tijdens arbeidsenquêtes in de negentiende eeuw op dat nachtwerk bij Hirsch niet of nauwelijks voorkwam en dat Hirsch de hoogste lonen in Amsterdam betaalde.

Geluk bij Hirsch
Hirsch & Cie, pelterij. Fotograaf: atelier J. Merkelbach. Stadsarchief Amsterdam.

 

Naast lange werkdagen kregen werknemers van Hirsch bij het modehuis te maken met een strikte hiërarchie. Niet alleen waren zij ondergeschikt aan de rijke klanten van het modehuis, ook onder het personeel bestond groot onderscheid. Zo keken verkoopsters neer op naaisters, en stond iedere afdeling onder leiding van een chef. Bovendien bestond er grote concurrentie onder verkoopsters, doordat zij premies kregen over de door hen verkochte producten.

Niet iedereen vond het leuk om voor Hirsch te werken. Ene mevrouw E. werd in 1978 geïnterviewd in het kader van een project over naaisters in Amsterdam in de periode 1914-1940. Zij vertelde dat zij als veertienjarig meisje huilend met haar moeder meeging naar Hirsch, waar zij in de leer moest omdat dat het belangrijkste naaiatelier van Amsterdam was. Na een jaar verliet zij Hirsch, omdat zij zich er niet prettig voelde en zij het gevoel had te worden uitgebuit.[1]

Kansen voor de toekomst

Tegelijkertijd waren heel veel mensen juist blij dat zij bij Hirsch mochten werken. Ouders deden hun kinderen bij het modehuis in de leer, omdat Hirsch het belangrijkste modehuis van Amsterdam was. Hier kregen jonge mensen een goede opleiding en het bood hen kansen voor de toekomst.

Uit personeelsboeken met jubilarissen blijkt dat werknemers vaak lang bij het modehuis bleven werken. Trouw werd beloond door middel van premies bij jubilea. Bovendien konden werknemers pensioen opbouwen bij Hirsch.

Werknemers waren ook trots dat zij bij Hirsch werkten. In hun ogen was dit het beste modehuis van de stad en werknemers van andere waren- en modehuizen deden daarvoor onder. Een opleiding en carrière bij Hirsch gold als een aanbeveling, zo blijkt uit advertenties van werknemers die eigen zaken openden. Vol trots vermeldden zij daarin dat zij voorheen werkzaam waren bij Hirsch.

Helaas heb ik niet of nauwelijks egodocumenten kunnen terugvinden waarin klanten of personeelsleden expliciet aangeven of en waarom zij gelukkig werden van kopen of werken bij Hirsch. Het lijkt er echter op dat het modehuis bijdroeg aan een zekere vrijheid, zowel voor klanten als voor personeelsleden. Het modehuis bood klanten een luxe en prettige omgeving waar zij in alle rust, veiligheid en vrijheid konden winkelen. Personeelsleden hadden die luxe niet, maar kregen bij het modehuis wel kansen tot het volgen van een opleiding en het opbouwen van pensioen. Op die manier droeg het modehuis bij aan een grotere mate van vrijheid – en, wie weet, ook geluk?

Meer weten?

Meer weten over het Amsterdamse modehuis Hirsch & Cie? Lees dan mijn boek, dat volgend jaar uitkomt. Houd mijn website in de gaten of meld u aan voor mijn nieuwsbrief om op te hoogte te blijven van de exacte publicatiedatum.

[1] Atria. collectie Suzanne van Norden. Inventarisnummer 11: verslagen van interviews met naaisters, 1914-1940. Interview met mevr. E. door Frank Galesloot, 9 oktober 1978.

Share