Kledingstukken van Hirsch waren eerder onder andere te zien in de tentoonstellingen Catwalk en ‘Daar komt de bruid’ in het Rijksmuseum, ‘Uit de mode’ in het Centraal Museum, ‘Mannen met lef en stijl’ in het Joods Historisch Museum en ‘Romantische mode’ in het Gemeentemuseum Den Haag. Nu is opnieuw een jurk van het Amsterdamse modehuis te bewonderen, en wel in de tentoonstelling ‘Art deco’ in het Haags Gemeentemuseum. Het gaat om een katoenen jurk met witte en zwarte blokken uit circa 1914-1918, die voor deze tentoonstelling is geleend van het Rijksmuseum.

Hirsch en art deco in Gemeentemuseum Den Haag
Links: Japon samengesteld uit blokken zwarte en witte voile, Hirsch & Cie N.V. (mogelijk), ca. 1914 – ca. 1918. Rijksmuseum, Amsterdam. Rechts: de jurk tentoongesteld in het Gemeentemuseum Den Haag.

Paul Poiret als vader van de art deco

Over het algemeen worden de jaren twintig gezien als de ontstaansperiode van de art deco, waarbij de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes uit 1925 een centrale rol vervulde. Het Gemeentemuseum betoogt echter dat de art deco al rond 1910 ontstond en dat modeontwerper Paul Poiret aan de wieg stond van de kunststroming. Poiret was namelijk niet alleen een vernieuwer in de mode, hij werkte ook samen met kunstenaars, vormgevers en architecten en hield van moderne kunst. Deze brede oriëntatie is terug te zien in de tentoonstelling in het Gemeentemuseum. Naast kledingstukken van Paul Poiret zijn onder andere illustraties van Paul Iribe, foto’s van Man Ray, theaterkostuums van Léon Bakst en kunstwerken van Kees van Dongen en Brancusi te bewonderen.

De invloed van de Wiener Werkstätte

Poiret werd ook beïnvloed door de Wiener Werkstätte (WW), waarvan hij de stoffen toepaste in zijn eigen ontwerpen. De WW in 1903 opgerichte organisatie was het Oostenrijkse equivalent van de Britse arts and crafts movement. De WW trachtte een brug te slaan tussen kunst en ambacht door de vervaardiging van kwalitatief hoogwaardige en fraai vormgegeven gebruiksvoorwerpen. Beroemde Oostenrijkse kunstenaars als Gustav Klimt, Egon Schiele en Oskar Kokoschka waren betrokken bij de WW.

Vanaf 1910 had de WW een eigen modeafdeling. Hoewel al in 1911 de eerste collectie werd getoond brak de modeafdeling van de WW een jaar later pas echt door nadat de Duitse kroonprinses Cecilie een japon kocht. Dit succes leidde tot tentoonstellingen in Berlijn, Keulen en Düsseldorf in 1913.

De Wiener Werkstätte bij Hirsch

In november 1913 organiseerde de WW ook een modeshow bij Hirsch. Journalisten beschreven bordeauxrode, bisschopspaarse, zandkleurige en zwarte kostuums die met bont waren omzoomd. Verder waren er luxe avondtoiletten, rijkgedecoreerde bontmantels en kimono-achtige kledingstukken met veelkleurige handbedrukte prints.

Niet alleen organiseerde de WW een modeshow bij Hirsch, het richtte ook twee zalen in bij het modehuis. Bij het zien van de jurk van Hirsch in het Gemeentemuseum moest ik hier aan denken, omdat een journalist van Het nieuws van den dag destijds schreef dat de WW in louter zwart-wittinten een ‘bloemlezing’ gaf van de vele mogelijkheden die zij te bieden had. Na de tentoonstelling in 1913 opende de WW een salon bij Hirsch, die na een jaar echter alweer de deuren sloot.

Zou het kunnen dat de jurk die nu te zien is in het Gemeentemuseum van de WW was en gekocht werd bij Hirsch? Het is verleidelijk om dat te denken. De jurk lijkt niet erg op andere kledingstukken van Hirsch uit dezelfde periode. Bovendien staat in de beschrijving van het Rijksmuseum dat de jurk ‘mogelijk’ van Hirsch is. Hij zou dus ook elders vandaan kunnen komen. Maar of de jurk ook daadwerkelijk werd ontworpen door de Wiener Werkstätte? Daarvoor zou ik meer onderzoek moeten doen. Wie weet wat dat nog op zou kunnen leveren…

Meer weten?

Wil je meer weten over het Amsterdamse modehuis Hirsch & Cie? Lees dan mijn boek over de geschiedenis van dit modehuis, dat is verschenen bij Uitgeverij Verloren.

Bestel hier het boek ‘Hirsch & Cie Amsterdam (1882-1976)’

Share